
Nabijheid — dat is het woord dat blijft hangen als ik Psalm 145 vers 18 lees: “De HEERE is allen nabij die Hem aanroepen, allen die Hem in waarheid aanroepen.”
Er zit troost in die nabijheid. Geen belofte van probleemloos leven, geen garantie dat alles goedkomt — maar wel: Hij is dichtbij. Niet op afstand, niet alleen voor de vromen of de sterken, maar voor iedereen die Hem aanroept in waarheid. En wat is die waarheid dan? Ik denk dat het gaat om echtheid. Niet om perfect uitgesproken gebeden of een onwankelbaar geloof, maar om het hart dat durft te spreken. Het hart dat soms stottert, twijfelt, fluistert — maar toch kiest om zich tot God te keren.
In mijn leven voelt die nabijheid niet altijd tastbaar. Er zijn dagen dat ik Hem ver weg ervaar. Dat ik bid, maar geen antwoord hoor. Toch blijft deze tekst mij uitnodigen: roep Hem aan, zoals je bent. Met wat er is. Met gebrokenheid, vreugde, onbegrip, liefde.
Wat mij raakt, is dat Zijn nabijheid niet afhangt van mijn gevoel, maar van Zijn trouw. Hij komt dichtbij wanneer ik me oprecht tot Hem wend, zelfs als dat niet voelt als geloof, maar meer als verlangen of hoop.
Deze woorden zetten mij stil. Ze brengen me terug naar eenvoud. Niet streven, maar zijn. Niet presteren, maar aanroepen. Niet bewijzen, maar vertrouwen.
In het alledaagse — een kop koffie, een wandeling, een traan die valt — mag ik Hem aanroepen. En daarin is Hij nabij. Dat verandert niet altijd mijn omstandigheden, maar wel mijn binnenkant.
Psalm 145:18 herinnert mij eraan: God is niet ver weg. Hij is dichtbij het hart dat Hem zoekt, hoe aarzelend dat zoeken soms ook is.

Comments are closed