
Soms komt een vraag in een vers harder binnen dan een antwoord.
“Wie is Hij, deze koning van de glorie?”
Ik lees het, en ik voel hoe mijn gedachten stilvallen. Alsof het een vraag is die niet alleen gesteld wórdt, maar die ook ín mij opkomt.
Wie is Hij eigenlijk, voor mij – vandaag? Niet in theorie, niet in liederen of grote woorden, maar in de stilte van mijn ochtend. In de momenten dat ik me klein voel of verdwaald. Is Hij daar dan ook, deze Koning van de glorie?
De psalm zegt: “De HEER, sterk en machtig, de HEER, machtig in de strijd.”
En ergens raakt me dat. Omdat ik niet altijd sterk ben. Omdat mijn strijd vaak van binnen plaatsvindt, in gedachten die blijven malen, in gevoelens die ik moeilijk kan plaatsen. En dan die woorden: machtig in de strijd.
Alsof Hij niet aan de zijlijn staat, maar ín het gevecht.
In míjn gevecht.
Niet als een generaal die alles beheerst, maar als een aanwezigheid die niet weggaat.
Zelfs niet als ik Hem niet zie.
Misschien is dat glorie. Niet het overweldigende, het felle licht, maar juist de zachtheid van een Koning die zich niet te groot voelt om mijn kleine leven binnen te stappen.
Die wacht tot ik de poorten van mijn hart weer op een kier zet.
En dan weer die vraag: Wie is Hij, deze Koning van de glorie?
Vandaag is Hij voor mij: Degene die blijft. Die sterker is dan mijn verwarring. Die mij aankijkt zonder oordeel.
En die mij helpt om te blijven staan.

Comments are closed